Tijd is een paradox.
Hij stroomt onophoudelijk — en toch kan hij verstillen.
Zonder de mens bestaat er geen tijdsbeleving:
wij zijn de masters of time.

In De tijd loopt / De tijd staat stil wordt tijd benaderd als iets kneedbaars. Muzikale lagen worden versneld, vertraagd of teruggeplooid in het nu. Het beeld volgt dezelfde logica en opent een spel waarin reële en virtuele tijd in elkaar grijpen.

Op de videoprojecties verschijnen synchroon gemonteerde beelden van performers, opgenomen aan een dubbel zo traag tempo en vervolgens herschaald naar reële tijd. Dat creëert een vervreemdend tijdsgevoel: muzikaal loopt alles exact synchroon, maar de morfologie van de spelers — oogknipperingen, ademhaling, microbewegingen — bevindt zich in een andere tijdlaag.

Wat men ziet en wat men hoort valt samen,
maar niet binnen hetzelfde temporele regime.
De tijd is gelijkgeschakeld,
maar niet gelijk ervaren.

Tijdens de creatie op TRANSIT groeide het werk uit tot een totaalomgeving. Het blokfluitkwartet van Carré en Carré stond enkele meters hoger dan het ensemble, achter een semitransparant gaas. Door deze ruimtelijke verplaatsing en de visuele filtering ontstaat een verschuiving tussen ruimte en tijd. Wat men ziet en wat men hoort vallen niet meer vanzelf samen.

Tijd en ruimte worden losgemaakt van hun gebruikelijke samenhang

.Zo belichaamt de titel wat er gebeurt:
de tijd loopt — en hij staat stil.
Op exact hetzelfde moment.