DEC
DEC staat in het verlengde van mijn onderzoek naar Comment dire van Samuel Beckett. Waar …Que de… de stem analyseerde met LPC-technieken, zet DEC een volgende stap: niet langer de stem ontleden, maar taal lichamelijk maken.
Het vertrekpunt is de haperende, bijna afatische ritmiek van Becketts gedicht. Taal wordt herleid tot elementaire krachten: consonanten als slagen, als gerichte handelingen; niet-consonanten als wrijving, adem en ruis. Wat in de tekst stokt, tast en aarzelend voortgaat, wordt vertaald naar klank en fysieke actie.
Die verdeling wordt strikt doorgetrokken in het ensemble. De slagwerkers nemen de frictieven voor hun rekening: ademklanken, schuringen en stokkende tongbewegingen krijgen een instrumentale gestalte via speciaal ontwikkelde scrape-sticks die de conga’s exciteren. Ruis en wrijving functioneren hier als tastbare analogieën voor Becketts zoekende, onvaste stem.
De consonanten daarentegen worden gespeeld door de andere instrumenten — hobo, klarinet, trombone en hoorns.
Alle instrumenten zijn versterkt. Door uitsluitend op de consonanten pitch-shifting toe te passen, ontstaat een hybride klankwereld waarin instrumenten soms beginnen te spreken en percussie een vocale kwetsbaarheid krijgt. De elektronica blijft minimaal, maar is cruciaal: zij fungeert als bindweefsel tussen taal en klank.

