De tijd loopt / De tijd staat stil (2000) speelt met de paradox van tijd: hij stroomt altijd verder, maar kan in één moment verstillen. Muziek en video bewegen in verschillende snelheden en plooien zich terug in het nu.

Tijdens TRANSIT verscheen het werk als een totaalbeeld van klank en ruimte. Het blokfluitkwartet stond hoger en achter een semitransparant scherm, tegelijk zichtbaar en ongrijpbaar. Tijd werd geen machine-tempo, maar een menselijke daad.